Ze mogen slechts in die Staat worden belast in situaties waar sprake is van potentieel misbruik, dit wil zeggen indien, bij gebrek aan een band van ondergeschiktheid, de relatie tussen de derde persoon en de artiest of de sportbeoefenaar niet echt een relatie werknemer/werkgever is.
Ils ne sont imposables dans cet État que dans des situations potentiellement abusives, c'est-à-dire lorsque, en l'absence de liens de subordination, la relation entre la tierce personne et l'artiste ou le sportif n'est pas réellement une relation employé/employeur.