4. De lidstaten voeren gepaste instrumenten in om erop toe te zien dat de in lid 2 genoemde maatregelen met inachtneming van de artikelen 10, 11, 12, 13 en 16, ontwikkeld en ten uitvoer gelegd worden in overeenstemming met artikel 8 en op een zodanige wijze dat per regio één gezamenlijke mariene strategie wordt opgezet en gezamenlijk verslag wordt uitgebracht over de in deze artikelen genoemde aspecten.
4. Les États membres mettent en place les dispositifs qui permettent d'élaborer et de mettre en œuvre les actions décrites au paragraphe 2 concernant les articles 10, 11, 12, 13 et 16, conformément à l'article 8 et de façon à obtenir une seule stratégie marine commune par région et un seul rapport conjoint sur les éléments précisés à ces articles.