30. Dit artikel ligt in het verlengde van de rechtspraak van het EHRM dat de meest gepaste vorm van genoegdoening voor een inbreuk op het in het EVRM vastgestelde recht op een eerlijk proces erin bestaat dat een verdachte of beklaagde, voor zover mogelijk, in de positie wordt geplaatst waarin hij zich zou hebben bevonden als zijn rechten niet op een dergelijke wijze waren geschonden[28].
30. Cet article tient compte de la jurisprudence de la Cour européenne des droits de l'homme selon laquelle la forme la plus appropriée de réparation en cas de violation du droit à un procès équitable, consacré par la CEDH, consiste à faire en sorte que la personne soupçonnée ou poursuivie se retrouve autant que possible dans la situation qui aurait été la sienne si ses droits n'avaient pas été bafoués[28].