Artikel 28 bepaalt dat de gerechtskosten waartoe de beschermingsofficier in rechte wordt veroordeeld wegens feiten gepleegd in de uitoefening van zijn functie, door de Staat worden gedragen, tenzij de beschermingsofficier een opzettelijke, zware of lichte gewoonlijk voorkomende fout heeft begaan.
L'article 28 dispose que l'État prend en charge les frais de justice auxquels l'officier de protection est condamné en justice pour des faits commis dans l'exercice de sa fonction, sauf s'il a commis une faute intentionnelle, une faute lourde ou une faute légère habituelle.