Art. 11. In het geval van een opleiding die leidt tot het uitoefenen van een gereglementeerd beroep en voor de diploma's die niet onderworpen zijn aan richtlijn 2005/36/EG, mag de gelijkwaardigheidscommissie beslissen om de aanvrager van de gelijkwaardigheid te horen en kan het verlenen van gelijkwaardigheid aan een academische graad afhankelijk zijn van de verplichting om een of meer bijkomende bewijzen voor te leggen met betrekking tot de uitoefening van dat beroep in België.
Art. 11. Dans le cas d'une formation conduisant à l'exercice d'une profession réglementée et pour les diplômes ne tombant pas dans le champ d'application de la directive 2005/36/CE, la Commission d'équivalence peut décider d'entendre le demandeur d'équivalence et l'octroi de l'équivalence à un grade académique peut être subordonné à l'obligation de présenter une ou plusieurs épreuves complémentaires relatives à l'exercice de cette profession en Belgique.