25. In § 4 wordt aan elke Staat gevraagd zijn bevoegdheidsregels te onderzoeken om na te gaan of de huidige grondslag van zijn bevoegdheid doeltreffend is in de strijd tegen corruptie van buitenlandse ambtenaren; indien zulks niet het geval is, neemt hij de gepaste maatregelen.
25. Enfin, et de manière générale, le § 4 demande à chaque État d'examiner ses règles relatives à la compétence afin de vérifier si le fondement actuel de sa compétence est efficace pour lutter contre la corruption d'agents publics étrangers; si tel n'est pas le cas, la Convention invite les États concernés à prendre les mesures correctrices appropriées.