— Giften in geld die één bel
astingplichtige per gezin ter gelegenheid van het islamitische Offerfeest, binnen de periode van zeven dagen waarin de dagen zijn begrepen bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet van 5 september 1952 betreffende de vleeskeuring
en de vleeshandel, heeft overgemaakt ter voldoening van religieuze verplichtingen, voor zover dit wordt bevestigd door het in het tweede lid van artikel 19bis van de wet van 4 maart 1870 op het tijdelijke der eerediensten bedoeld representatief orgaan van de islamitische eredie
...[+++]nst, en voor zover noch de belastingplichtige, noch een lid van zijn gezin een dier heeft geslacht of in zijn opdracht heeft laten slachten in de zin van artikel 16, § 2, tweede lid, van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren.— Les libéralités faites e
n argent qu'un seul contribuable par ménage a transmises aux fins d'accomplir des obligations religieuses à l'occasion de la fête islamique du sacrifice durant la période de sept jours comprenant les jours visés à l'article 25, alinéa 1 , de la loi du 5 septembre 1952 relative à l'expertise et au commerce des viandes, pour autant que cela soit confirmé par l'organe représentatif du culte islamique visé à l'alinéa 2 de l'article 19bis de la loi du 4 mars 1870 sur le temporel des cultes et pour autant que ni le contribuable, ni un membre de son ménage n'ait pratiqué ou n'ait fait pratiquer pour son compte l'abatta
...[+++]ge d'un animal au sens de l'article 16, § 2, alinéa 2, de la loi du 14 août 1986 relative à la protection et au bien-être des animaux.