« Art. XIV 38. In afwijking van artikel XIV 26, § 6, wordt bij geboorte op of na 1 juli 2004, de betaling van de aanvulling op de moederschapsuitkering
en gegarandeerd tot maximaal zestien weken bij de geboorte van één ki
nd, en tot maximaal twintig weken bij de geboorte van een meerling, als het personeelslid zeven respectievelijk negen wek
en prenataal verlof heeft genomen op basis van de reglementaire bepalingen die bij het begin
...[+++]van het prenataal verlof golden».
« Art. XIV 38. Par dérogation à l'article XIV 26, § 6, en cas de naissance le ou après le 1 juillet 2004, le paiement du complément aux allocations de maternité est garanti au maximum jusqu'à seize semaines en cas de naissance d'un enfant, et jusqu'à vingt semaines en cas de naissance multiple, si le membre du personnel a pris un congé prénatal de sept, respectivement neuf semaines sur la base des dispositions réglementaires applicables au début du congé prénatal. »