Art. 7. Onverminderd artikel 3, moet het centrum, wanneer de hulpaanvrager van vreemde nationaliteit is, een overzicht voorleggen met de vermoedelijke datum van binnenkomst in het Rijk, met de vaststelling van het feit of er al dan een verblijfsrecht bestaat en van het feit dat er al dan niet een borgsteller of een visum is.
Art. 7. Nonobstant l'article 3, lorsque le demandeur d'aide est de nationalité étrangère, le centre doit présenter un état des lieux reprenant la date présumée de l'entrée dans le Royaume, constatant l'absence ou l'existence du droit de séjour et la présence ou non d'un garant ou d'un visa.