De personen bedoeld in het eerste lid, mogen slechts beschouwd worden als bijslagtrekkenden indien zij niet rechtstreeks of onrechtstreeks hebben deelgenomen aan de ontvoering van het kind en indien zij hun hoofdverblijfplaats hebben in België in de zin van artikel 3, eerste lid, 5°, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen en zij deze hadden op het ogenblik van de ontvoering van het kind.
Les personnes visées à l'alinéa 1 ne peuvent être considérées comme allocataires que si elles n'ont pas participé directement ou indirectement à l'enlèvement de l'enfant et que si elles ont leur résidence principale en Belgique au sens de l'article 3, alinéa 1, 5°, de la loi du 8 août 1983 organisant un registre national des personnes physiques et qu'elles l'avaient au moment de l'enlèvement de l'enfant.