Art. 8. Op het moment van de aanvraag en zolang het recht op de huurtoelage geldt, mogen de aanvrager of diens gezinsleden geen eigenaar van of houder van een zakelijk hoofdrecht op een onroerend goed met een woonbestemming of bestemd voor beroepsdoeleinden zijn.
Art. 8. Au moment de la demande et aussi longtemps que le droit à l'allocation loyer est ouvert, le demandeur ou l'un des membres de son ménage ne peut être propriétaire ou être titulaire d'un droit réel principal sur un bien immeuble affecté au logement ou à usage professionnel.