Artikel 150 van de Grondwet brengt de facto echter met zich mee dat een journalist strafrechtelijk niet kan worden vervolgd, tenzij wanneer het drukpersmisdrijf zou zijn ingegeven door racisme of xenofobie, zodat de rechtsbescherming van het slachtoffer van lasterlijke uitingen, zonder redelijke verantwoording, verschillend zou zijn naar gelang van de huidskleur van dat slachtoffer.
Or l'article 150 de la Constitution entraîne de facto qu'un journaliste ne peut être poursuivi pénalement, à moins que le délit de presse ait été inspiré par le racisme ou la xénophobie, de sorte que la protection juridique de la victime de propos diffamatoires diffèrerait, sans justification raisonnable, selon la couleur de peau de cette victime.