D
e gecombineerde toepassing van de in het geding zijnde bepaling en artikel 41, §§ 2 en 4, van het voormelde koninklijk besluit van 19 december 1967 heeft in dat geval tot gevolg dat het bedrag dat eenmaal als achterstallige erelonen is geïnd, tot grondslag dient voor de berekening van de regularisatie van de bijdragen die verschuldigd zijn voor de eerste drie volledige of gedeeltelijke jaren van de nieuwe zelfstandige activiteit, wat leidt tot een wanverhouding tussen het
totaalbedrag van de inkomsten die gedurende die drie
jaren daad ...[+++]werkelijk werden geïnd, met inbegrip van de achterstallige erelonen, en het totaalbedrag van de voor die drie jaren verschuldigde sociale bijdragen.
L'application combinée de la disposition en cause et de l'article 41, § § 2 et 4, de l'arrêté royal du 19 décembre 1967 précité a, dans ce cas, pour conséquence que la somme perçue une seule fois à titre d'arriérés d'honoraires sert de base au calcul de la régularisation des cotisations dues pour les trois premières années complètes ou partielles de la nouvelle activité indépendante, ce qui entraîne un déséquilibre entre le total des revenus effectivement perçus au cours de ces trois années, y compris les arriérés d'honoraires, et le total des cotisations sociales dues pour ces trois années.