G. overwegende dat China zijn economische banden met de ASEAN-landen heeft vergroot; overwegende dat sommige ASEAN-lidstaten hun samenwerking met de VS op het vlak van maritieme veiligheid hebben versterkt; overwegende dat Rusland Azië als een belan
grijk deel van zijn internationale strategie beschouwt; overwegende dat de ASEAN-landen een belangrijke rol blijven spelen voor het behoud van vrede en stabiliteit in de regio; overwegende dat de EU en de ASEAN een gemeenschappelijke bezorgdheid delen over de onopg
eloste territoriale geschillen in de Zuid-Chinese ...[+++]Zee en een aanzienlijk belang hebben in het behoud van vrede, stabiliteit en eerbiediging van internationaal recht en meer bepaald het VN-Handvest en het Verdrag van 1982 van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee; steunt de zes-punten-beginselen over de Zuid-Chinese Zee van juli 2012 en de richtsnoeren voor de tenuitvoerlegging van de verklaring over het gedrag van partijen in de Zuid-Chinese Zee van 2011, waarin een oplossing via vreedzame middelen wordt aangemoedigd; G. considérant que la Chine accroît ses relations économiques avec les pays de d'Asie du Sud-Est; considérant que certains États membres de l'ANASE ont renforcé leur coopération avec les États-Unis dans le domaine de la sécurité maritime; considérant que la Russie considère l'Asie comme un élément import
ant de sa stratégie internationale; considérant que les pays de l'ANASE continuent de jouer un rôle important dans le maintien de la paix et de la stabilité dans la région; considérant que l'Union européenne et l'ANASE partagent une préoccupation commune au sujet des conflits territoriaux non résolus en mer de Chine méridionale et ont
...[+++] tout intérêt à voir être maintenus la paix, la stabilité et le respect du droit international et, en particulier, de la charte des Nations unies et de la charte des Nations unies sur le droit de la mer de 1982; soutient les principes en six points sur la mer de Chine méridionale du mois de juillet 2012 ainsi que lignes directrices pour la mise en œuvre de la déclaration sur la conduite des parties dans la mer de Chine méridionale de 2011, encourageant un règlement par des moyens pacifiques;