Dat artikel 9 geen interpretatieve bepaling is, blijkt volgens de verzoekende partij ook uit het feit dat de verjaringstermijn op dertig jaar wordt vastgesteld, terwijl overeenkomstig artikel 2262bis van het Burgerlijk Wetboek slechts een verjaringstermijn van tien jaar zou gelden.
La circonstance que l'article 9 n'est pas une disposition interprétative ressort également, selon la partie requérante, du fait que le délai de prescription est fixé à trente ans, cependant que, conformément à l'article 2262bis du Code civil, seul un délai de prescription décennal serait applicable.