De landbouwers en de plaatselijke telers konden bijgevolg niet concurreren met de invoer van voedingsmiddelen, inzonderheid met de door het noorden gesubsidieerde invoer, die de ontwikkelingslanden overspoelde tegen prijzen onder de kostprijs van de plaatselijke producten.
Les agriculteurs et cultivateurs locaux n'ont pu, dès lors, concurrencer les importations de produits alimentaires, notamment les importations subventionnées par le Nord, qui ont envahi les pays en développement à des prix inférieurs aux coûts de production locaux.