Art. 10. § 1. Bij gebrek, behoorlijk vastgesteld volgens door de Regering bepaalde nadere regels, aan kandidaten met de bekwaamheidsbewijzen bedoeld bij dit decreet, kan de Regering, op eensluidend en met redenen omkleed advies van de Algemene Raad, en een afwijking van de voorwaarden inzake vereiste bekwaamheidsbewijzen voor één persoon afzonderlijk, toestaan.
Art. 10. § 1. En cas de pénurie, dûment constatée selon des modalités fixées par le Gouvernement, de candidats en possession des titres visés au présent décret, dérogation accordée à titre individuel aux conditions de titres requis peut être accordée par le Gouvernement, sur avis conforme et motivé du Conseil général.