63. merkt op dat geweld jegens vrouwen, waarbij slachtoffers en daders van alle leeftijdsklassen, opleidingsniveaus, inkomensniveaus en maatschappelijke posities betrokken zijn, in de Europese Unie nog altijd een groot probleem vormt en het risico van marginalisatie, armoede en sociaal isolement doet toenemen, en een belemmering kan vormen voor de financiële onafhankelijkheid, gezondheid en toegang tot onderwijs en arbeidsmarkt van vrouwen; herhaalt zijn verzoek aan de Commissie om een Europees Jaar tegen geweld jegens vrouwen uit te roepen;
63. constate que la violence exercée contre les femmes demeure un grave problème dans l'Union européenne qui affecte ses victimes comme ses auteurs, indépendamment de l'âge, de l'éducation, des revenus ou de la position sociale, se répercute de plus en plus sur le risque de marginalisation, de pauvreté et d'exclusion sociale et peut contrarier l'indépendance financière des femmes, leur santé et leur accès au marché du travail et à l'éducation; appelle de nouveau la Commission à instituer une Année européenne pour combattre la violence à l'égard des femmes;