In afwijking van artikel 5, eerste lid, 1° en 2°, van het koninklijk besluit van 25 maart 1996, stelt de centrale instelling bij de aanvraag voor elke kandidaat de documenten zoals opgesomd in artikel 6 ter beschikking van de CDZ, met uitzondering van het document bedoeld in artikel 3, 5°, of in artikel 4, 5°, van het koninklijk besluit van 25 maart 1996.
Par dérogation à l'article 5, alinéa 1, 1° et 2°, de l'arrêté royal du 25 mars 1996, l'organisme central met à la disposition de l'OCM, pour chaque candidat, les documents énumérés dans l'article 6, à l'exception du document visé à l'article 3, 5°, ou à l'article 4, 5°, de l'arrêté royal du 25 mars 1996.