Ten slotte is het argument afgeleid uit het feit dat de in het geding zijnde bepaling geen rekening zou houden met de mogelijkheid van een latere evolutie in de samenstelling van het kiezerskorps niet relevant : de bijzondere wetgever kon enkel de bestaande situatie in overweging nemen en hij behoudt de mogelijkheid om door een nieuw wetgevend optreden rekening te houden met een eventuele wijziging.
Enfin, l'argument pris de ce que la disposition en cause ne tiendrait pas compte de l'éventualité d'une évolution ultérieure de la composition du corps électoral n'est pas pertinent : le législateur spécial ne pouvait prendre en considération que la situation existante et il conserve la possibilité de légiférer à nouveau pour tenir compte d'un éventuel changement.