Art. 102. § 1. Voor de volledige duur van zijn loopbaan, als personeelslid van het Comité, kan het betrokken personeelslid dat wegens ziekte of invaliditeit verhinderd is, zijn ambt normaal uit te oefenen, tot dertig dagen ziekte- of invaliditeitsverlof per twaalf maanden dienstanciënniteit krijgen.
Art. 102. § 1. Pour l'ensemble de sa carrière, comme membre du personnel du Comité, le membre concerné qui, par suite de maladie ou d'infirmité, est empêché d'exercer normalement ses fonctions, peut obtenir des congés pour cause de maladie ou d'infirmité à concurrence de trente jours par douze mois d'ancienneté de service.