Van 1995 tot 2000 hebben de vijftien lidstaten een gemiddelde groei van 2,6% van het BBP gekend, hetgeen in combinatie met een meer werkgelegenheidsvriendelijke beleidsaanpak resulteerde in een netto toename van ruim 10 miljoen banen en een gemiddeld groeipercentage van 1,3% aan werkgelegenheid per jaar.
Entre 1995 et 2000, le PIB des 15 États membres a augmenté de 2,6 % en moyenne, ce qui, parallèlement à une politique plus favorable à l'emploi, a contribué à la création de plus de 10 millions d'emplois et à un taux de croissance de l'emploi de 1,3 % par an.