Volgens de heer D'Hooghe laat de minister uitschijnen dat sommigen het ontwerp ten onrechte afschilderen als een aanmoediging tot gokken omdat zij in feite niet willen aanvaarden dat met dit ontwerp de mogelijkheid wordt gecreëerd om de Nationale Loterij te privatiseren.
Selon M. D'Hooghe, le ministre laisse entendre que certains considèrent à tort que le projet incite au jeu alors qu'en réalité, ils ne veulent pas accepter que ce projet crée la possibilité de privatiser la Loterie nationale.