8. benadrukt dat de eerbiediging van de universele mensenrechten en de fundamentele vrijhede
n het basisbeginsel vormt van het buitenlandse beleid van de EU; is van mening da
t de steun voor het maatschappelijk middenveld de hoeksteen van het herziene ENB vormt en beveelt
derhalve aan dat de bijstand voor het maatschappelijk middenveld, waaronder de sociale partners, tegen de uitdagingen opgewassen moet zijn en dat hiertoe voor een
...[+++]nauwe coördinatie met het Europees Fonds voor Democratie moet worden gezorgd;
8. insiste sur le respect des droits universels de l'homme et des libertés fondamentales en tant que principe fondateur de la politique extérieure de l'Union; considère que le soutien aux sociétés civiles est la clé de voûte de la politique de voisinage révisée et, par conséquent, recommande que l'assistance aux sociétés civiles, y compris aux partenaires sociaux, soit à la hauteur des enjeux et qu'une coordination étroite soit mise en place avec le Fonds européen pour la démocratie à cette fin;