en wanneer: - de nuttige doeleinden waartoe de kunstmatige of veranderde eigenschappen van het waterlichaam bijdragen, niet kunnen worden bereikt met andere middelen, die een betere praktische optie voor het milieu zijn, en - de veranderingen van dien aard zijn dat zij het ecologisch continuüm het meest benaderen, vooral wat faunamigratie en geschikte paai- en broedplaatsen aangaat.
les modifications sont telles qu'elles autorisent le meilleur rapprochement possible d'un continuum écologique notamment en ce qui concerne la migration de la faune, le frai et les lieux de reproduction.