Art. 14. Voor redenen, eigen aan het onderzoek en in het belang van de minderjarige, kan de ambtenaar, gedurende de hoorzitting van de minderjarige asielaanvrager, zich verzetten tegen de aanwezigheid van diegene die het ouderlijk gezag of de voogdij krachtens de nationale wet uitoefent of de vertrouwenspersoon, met uitzondering voor de persoon die over hem de bijzondere voogdij uitoefent voorzien door de Belgische wet.
Art. 14. Pour des raisons propres à l'examen et dans l'intérêt du mineur, l'agent peut pendant l'audition du demandeur d'asile mineur s'opposer à la présence de la personne exercant sur lui l'autorité parentale ou la tutelle en vertu de la loi nationale ou de la personne de confiance, à l'exception de la personne exercant sur lui la tutelle spécifique prévue par la loi belge.