- Artikel 3 van de wet van 26 maart 2003 « houdende de voorwaarden waaronder de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden een hulp kan toekennen », dat een artikel 31bis, 3°, eerste lid, heeft ingevoegd in de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet doordat het het slachtoffer dat heeft gekozen voor de burgerlijke procedure, niet toestaat een verzoek om hulp in te dienen bij de Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden, wanneer de strafvordering door het openbaar ministerie werd geseponeerd.
- L'article 3 de la loi du 26 mars 2003 « portant les conditions auxquelles la commission pour l'aide financière aux victimes d'actes intentionnels de violence peut octroyer une aide », qui a inséré un article 31bis, 3°, alinéa 1, dans la loi du 1 août 1985 portant des mesures fiscales et autres, viole les articles 10 et 11 de la Constitution en ce qu'il ne permet pas à la victime qui a choisi de recourir à la procédure civile d'introduire une demande d'aide auprès de la Commission pour l'aide aux victimes d'actes intentionnels de violence, lorsque l'action publique a été classée sans suite par le ministère public.