« Schendt artikel 12bis, § 4, derde lid, van het Wetboek van de Belgische nationaliteit de artikelen 10, 11 en 191 van de Grondwet voor zover het geen verlenging van de termijn van hoger beroep toestaat wanneer die termijn binnen de gerechtelijke vakantie begint te lopen en ook verstrijkt, terwijl het gemeen recht van de artikelen 50, tweede lid, en 1051 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat die termijn van hoger beroep onder dergelijke omstandigheden wordt verlengd tot de vijftiende dag van het nieuw gerechtelijk jaar ?
« L'article 12bis, § 4, alinéa 3, du Code de la nationalité belge viole-t-il les articles 10, 11 et 191 de la Constitution en tant qu'il ne permet pas la prorogation du délai d'appel, lorsque ce délai prend cours et expire pendant les vacances judiciaires, alors que le droit commun des articles 50, alinéa 2, et 1051 du Code judiciaire, prévoit que ce délai d'appel, dans pareilles conditions, est prorogé jusqu'au quinzième jour de l'année judiciaire nouvelle ?