Het Hof van Beroep te Luik vraagt het Hof naar de bestaanbaarheid, met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, van artikel 841, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek in zoverre het stelt dat de rechter die geweigerd heeft zich van de zaak te onth
ouden, in de kosten wordt verwezen terwijl enkel « de partijen » bij het geding daarin kunnen worden verwezen overeenkomstig artikel 1017 van het Gerechtelijk Wetboek en terwijl de magistraat van wie de wraking wordt gevorderd, vermits hij volgens de lering van het Hof van Cassatie geen « partij »
bij het geding is, niet ...[+++] dezelfde rechten geniet als gelijk welke andere « partij », met name het recht op een volkomen contradictoire rechtspleging.
La Cour d'appel de Liège interroge la Cour sur la compatibilité avec les articles 10 et 11 de la Constitution de l'article 841, alinéa 2, du Code judiciaire en ce qu'il porte que le juge qui a refusé de s'abstenir est condamné aux dépens alors que seules les « parties » à la procédure peuvent y être condamnées conformément à l'article 1017 du Code judiciaire et que, n'étant pas « partie » au procès selon l'enseignement de la Cour de cassation, le magistrat dont la récusation est demandée ne jouit pas des mêmes droits que toute « partie », notamment celui de pouvoir bénéficier d'une procédure parfaitement contradictoire.