Moet artikel 47 van richtlijn 2004/18/EG (1) van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een n
ationale wettelijke regeling op het vlak van kansspelen o
p grond waarvan een nieuwe aanbesteding (zoals geregeld in artikel [10, lid 9] van wet nr. 44 van 26 april 2012) voor het verlenen van concessies wordt
uitgeschreven[, met daarin clausules die voorzien in uitsluiting van de
...[+++] aanbesteding wegens het niet voldoen aan het vereiste] van economische en financiële draagkracht, zulks omdat daarin — anders dan in de [supra]nationale regelgeving — niet is voorzien in andere documenten of keuzemogelijkheden?
L’article 47 de la directive 2004/18/CE (1) du Parlement européen et du Conseil du 31 mars 2004 doit-il être interprété en ce sens qu’il s’oppose à une législation nationale en matière de jeux de hasard qui, pour l’octroi de concessions, met en place une nouvelle procédure d’appel d’offres (régie par l’article [10, paragraphe] 9 octies de la loi no 44 du 26 avril 2012) qui, sans prévoir à cet égard d’autres documents ni options, comme le fait la législation [supra]nationale, [contient une clause d’exclusion pour défaut] de capacité économique et financière?