Ook de Afdeling Wetgeving van de Raad van State heeft geoordeeld dat alvorens de aanwezigheid van « een leger dat ressorteert onder een Staat die bij het Noord-Atlantisch Verdrag is aangesloten » toegestaan kan worden, een toestemming vereist is overeenkomstig artikel 121 van de Grondwet (dat artikel 185 geworden is) (voornoemd advies 15.851/2 van 14 maart 1984, punt I, B).
La section de législation du Conseil d'État, elle aussi, a considéré que la présence d'une « armée relevant d'un État partie au Traité de l'Atlantique Nord » requérait une autorisation en vertu de l'article 121, devenu 185, de la Constitution (avis précité 15.851/2 du 14 mars 1984, point I, B).