- de complexiteit en de techniciteit van de materia; - de transnationale dimensie van de fraude; - het vrij verkeer van personen en goederen; - de niet harmonisatie van het strafrecht; - de zware procedures inzake internationale rechtshulp; - afwezigheid van inbeschuldigingstelling van Europese ambtenaren wegens corruptie ( ); - ontbreken van een gespecialiseerde dienst voor anti-corruptie; - onvoldoende strenge verplichtingen van genieters van financiële tussenkomsten.
- la complexité et la technicité de la matière; - la dimension transnationale de la fraude; - la libre circulation des personnes et des biens; - l'absence d'harmonisation en matière de droit pénal; - la lourdeur des procédures en matière d'aide judiciaire internationale; - l'absence de mise en accusation des fonctionnaires européens pour corruption ( ); - l'absence de service spécialisé dans la lutte contre la corruption; - les obligations imposées aux bénéficiaires d'aides financières ne sont pas assez contraignantes.