4° de opstelling van een voorstel van beschrijvend bodemonderzoek, zoals bedoeld in artikel 13, § 1, van het decreet, en de uitvoering van een beschrijvend bodemonderzoek, zoals bedoeld in artikel 14, § 1, van het decreet, te leiden in overeenstemming met de standaardprocedure voor beschrijvend bodemonderzoek, opgesteld door de OVAM;
4° de diriger l'élaboration d'une proposition de reconnaissance descriptive du sol, comme visé à l'article 13, § 1 du décret ainsi que l'exécution d'une reconnaissance descriptive du sol, comme visé à l'article 14, § 1 du décret, conformément à la procédure standard de reconnaissance descriptive du sol élaborée par l'OVAM;