Om te bepalen of dit het geval is, staat het aan de verwijzende rechter
om na te gaan of de overeenkomst in kwestie voldoet aan de vier criteria van dat artikel: in de eerste plaats, dat het bijdraagt tot een verbetering van de productie of van de verdeling van de betrokken producten of tot verbetering van de economische of technische vooruitgang; in de tweede plaats, dat een billijk aandeel in de daaruit voortvloeiende voordelen aan de gebruikers ten goede komt; in de derde plaats, dat het de partijen bij de overeenkomst g
een niet-wezenlijke beperkingen oplegt ...[+++], en in de vierde plaats, dat het niet de mogelijkheid geeft de mededinging uit te schakelen.
Pour décider si tel est le cas, la juridiction nationale doit rechercher si l’accord en question remplit les quatre conditions énoncées par cet article : premièrement, il doit contribuer à améliorer la production ou la distribution des produits en cause ou à promouvoir le progrès économique ou technique ; deuxièmement, les consommateurs doivent pouvoir profiter équitablement du bénéfice en résultant ; troisièmement, il ne doit pas imposer de restriction non indispensable aux parties à l’accord ; et quatrièmement, il ne doit pas permettre d’éliminer la concurrence.