Met de prejudiciële vraag wordt het Hof verzocht
zich uit te spreken over de bestaanbaarheid, met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, van de artikelen 14 en 15, § 1, van de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden
en houdende diverse fiscale bepalingen inzake
zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten, in samenhang gelezen met de artikelen 1675/7 en 1675/9, § 1, 4°, van het Gerechtelijk Wetboek, in zoverre
...[+++] zij het mogelijk maken dat netting- overeenkomsten worden tegengesteld aan de schuldeisers en aan derden onder de voorwaarden waarin die artikelen voorzien, onder andere in geval van samenloop.La question préjudicielle invite la Cour à se prononcer su
r la compatibilité, avec les articles 10 et 11 de la Constitution, des articles 14 et 15, § 1, de la loi du 15 décembre 2004 relative aux sûretés financières et porta
nt des dispositions fiscales diverses en matière de conventions constitutives de sûreté réelle et de prêts portant sur des instruments financiers, lus en combinaison avec les articles 1675/7 et 1675/9, § 1, 4°, du Code judiciaire, en ce qu'ils permettent que les conventions de netting soient opposées aux créanciers
...[+++] et aux tiers moyennant le respect des conditions prévues par lesdits articles, notamment en cas de situation de concours.