Overwegende dat de voorwaarden om de continuïteit van het Executief van de Moslims van België, zoals het bij koninklijk besluit van 3 mei 1999 houdende erkenning van het Executief van de Moslims van België werd erkend, niet werden gerealiseerd, met name de opmaak van een saneringsplan, de opmaak van een afbetalingsplan voor de lasten van het verleden en de organisatie van een algemene vergadering die de ontbrekende 10 leden van het Executief van de Moslims van België zou moeten voordragen, en in het bijzonder wat dit laatste punt betreft;
Considérant que n'ont pas été réalisées les conditions en vue de la continuité de l'Exécutif des Musulmans de Belgique, tel que reconnu par l'arrêté royal du 3 mai 1999 portant reconnaissance de l'Exécutif des Musulmans de Belgique, à savoir la rédaction d'un plan d'assainissement et d'un plan d'apurement des dettes du passé, ainsi que l'organisation d'une assemblée générale lors de laquelle une proposition de présentation des 10 membres manquants serait formulée, et plus particulièrement en ce qui concerne ce dernier point;