Art. 458. De toelatingen om wegens de noden van de dienst een persoonlijk motorvoertuig te gebruiken maken het voorwerp uit van een besluit genomen door de Minister bevoegd voor Ambtenarenzaken, na gunstig advies van de Inspecteur van Financiën.
Art. 458. Les autorisations d'utiliser, pour les besoins du service, un véhicule motorisé personnel, font l'objet d'un arrêté pris par le Ministre ayant la Fonction publique dans ses attributions, sur avis favorable de l'Inspecteur des finances.