(31) P. Errera, Traité de droit public belge, 2e uitgave., Parijs, Girard et Brière, 1918, blz. 202, § 128; P. Wigny, Droit constitutionnel — Principes et droit positif, T. II; Brussel, Bruylant, 1952, blz. 604, nr. 452; A. Mast en J. Dujardin, Overzicht van het Belg
isch grondwettelijk recht, 7e uitgave, Gent, Story-Scientia, 1983, blz. 288, A. M
olitor, La fonction royale en Belgique, 2e uitg., Brussel, CRISP, 1994, blz. 177; H. Matthijs, D. Matthijs en S. Mergaerts, Overheidsbegrotingen, Brugge, Die Keure, 2005, blz. 157. Die dot
...[+++]aties zijn in zo geringe mate verplicht dat men in het verleden zelfs de grondwettelijkheid ervan heeft betwist, met als argument dat de dotaties een indirecte verhoging vormen van de Civiele Lijst en zo afbreuk doen aan de onveranderlijke aard daarvan.(31) P. Errera, Traité de droit public belge, 2e éd., Paris, Girard et Brière, 1918, p. 202, § 128; P. Wigny, Droit constitutionnel — Principes et droit positif, T. II; Bruxelles, Bruylant, 1952, p. 604, no 452; A. Mast et J. Dujardin, Overzicht van het Belg
isch grondwettelijk recht, 7e éd., Gand, Story-Scientia, 1983, p. 288, A. M
olitor, La fonction royale en Belgique, 2e éd., Bruxelles, CRISP, 1994, p. 177; H. Matthijs, D. Matthijs et S. Mergaerts, Overheidsbegrotingen, Bruges, La Charte, 2005, p. 157. Ces dotations sont telleme
...[+++]nt peu obligatoires que l'on a même par le passé contesté leur constitutionnalité, arguant de l'entorse à la fixité de la Liste civile que constituerait des dotations qui reviendraient à l'augmenter indirectement.