« Hieruit volgt dat de louter omstandigheid dat het ouderlijk gezag en sommige van de verplichtingen bepaald in artikel 203 van het Burgerlijk Wetboek aan een stiefouder worden opgedragen, en zelfs aan verschillende stiefouders, zoals in de voorstellen en amendem
enten wordt gedaan, niet volstaat om te wettigen dat de rechten verleend aan de ouder die niet bij het stiefouderschap betrokken is, dit wil zeggen aan de ouder die niet met de stiefouder samenwoont, afge
zwakt of a fortiori ontnomen ...[+++] worden (10) ».
« Il en résulte que la seule circonstance que l'autorité parentale et certaines des obligations prévues par l'article 203 du Code civil soient confiées à un beau-parent, voire à plusieurs beaux-parents, comme les propositions et les amendements le prévoient, ne suffit pas à justifier que les droits conférés au parent non concerné par la beau-parentalité, c'est-à-dire au parent ne vivant pas avec le beau-parent, soient atténués ou a fortiori retirés (10) ».