Uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie waarnaar in B.4 wordt verwezen, bl
ijkt immers dat dat laatste de gevolgen van de door dat Hof gecont
roleerde bepalingen niet beoogde te handhaven, he
tgeen, volgens zijn rechtspraak, niet toelaat dat tot een dergelijke handhaving wordt beslist in een later arrest (HvJ, grote kamer, 6 maart
...[+++]2007, C-292/04, Meilicke, punten 32 tot 41), zodat het Hof de gevolgen van de bestreden bepalingen niet zou kunnen handhaven zonder dat België hierdoor blootgesteld wordt aan het risico op een nieuwe vordering wegens niet-nakoming.
En effet, il ressort de l'arrêt de la Cour de justice de l'Union européenne mentionné en B.4 que celle-ci n'a pas entendu maintenir les effets des dispositions qu'elle contrôlait, ce qui, selon sa jurisprudence, ne permet pas qu'un tel maintien soit décidé dans un arrêt ultérieur (CJUE, grande chambre, 6 mars 2007, C-292/04, Meilicke, points 32 à 41), de sorte que la Cour ne saurait maintenir les effets des dispositions attaquées sans exposer la Belgique au risque d'une nouvelle action en manquement.