Het verlenen van zulk een machtiging tot toegang zou niet mogen leiden tot een geringere bescherming van de gegevens dan die bepaald in het koninklijk besluit van 3 april 1995 tot vaststelling van de voorwaarden waaraan de instellingen bedoeld in artikel 5, tweede lid, b, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen moeten voldoen om inzage te verkrijgen van informatiegegevens die in dit register opgenomen zijn, zoals de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de Raad van State reeds herhaaldelijk hebben opgemerkt.
Une telle autorisation d'accès ne saurait être consentie dans des conditions de moindre protection des données que celles prévues à l'arrêté royal du 3 avril 1995 fixant les conditions auxquelles les organismes visés à l'article 5, alinéa 2, b, de la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques, doivent satisfaire pour obtenir communication d'informations consignées audit registre, comme la Commission de la protection de la vie privée et le Conseil d'Etat l'ont déjà observé à plusieurs reprises.