5. erkent en respecteert de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen met betrekking tot de toepass
ing van de Europese regelgeving inzake mededinging en vrij verkeer op het economische aspect van sport; benadrukt dat commerciële contracten inzake intellectueel eigendom in verband met sport (met inbegrip van contracten voor verkoop van rechten voor televisie-uitzending en nieuwe media) steeds volledig moeten voldoen aan het Europese mededingingsrecht en op transparante wijze moete
n worden gesloten; meent echter ...[+++], onder dit voorbehoud, dat sportuitzendingen toegankelijk moeten zijn voor een zo breed mogelijk publiek, via een zo ruim mogelijk scala van media en platforms, met inbegrip van ongecodeerde kanalen, in overeenstemming met artikel 3 undecies van Richtlijn 89/552/EEG (Audiovisuele mediadiensten);
5. reconnaît et respecte la jurisprudence de la Cour de justice des Communautés européennes concernant l'application à la dimension économique
du sport des règles communautaires relatives à la concurrence et à la libre circulation; souligne que les contrats commerciaux relatifs à la propriété intellectuelle en rapport avec le sport (y compris les contrats impliquant la vente de droits de diffusion par la télévision ou les nouveaux médias) devraient être toujours conformes au droit de la concurrence de la Communauté européenne et négociés et conclus en toute transparence, mais, sous cette réserve, estime que les retransmissions d'événeme
...[+++]nts sportifs devraient pouvoir être vues par le public le plus large au moyen du plus grand nombre de médias et de plates-formes, notamment au moyen de chaînes diffusant en clair, au sens de l'article 3 undecies de la directive 89/552/CEE (directive "services de médias audiovisuels");