In zijn advies over wetsvoorstel nr. 2-533 verwijst de Raad van State naar artikel 12.3 van de richtlijn en stelt dat « de mogelijkheid van een verplichte scheidsrechterlijke uitspraak, die de Europese Commissie enige tijd heeft overwogen, (in feite) verworpen (wordt) » (zie stuk Senaat, nr. 2-533/2, blz. 4).
Dans son avis relatif à la proposition de loi nº 2-533, le Conseil d'État, se référant à l'article 12.3 de la directive, note que celle-ci a « repoussé l'option d'un arbitrage obligatoire, un temps envisagé par la Commission européenne » (cf. doc. Sénat, nº 2-533/2, p. 4).