Overwegende dat in de twee hierboven omschreven hypotheses de betrokken Lid-Staat , krachtens de algemene verplichtingen van artikel 5 van het Verdrag , de inwerkingtreding van de beoogde
maatregel gedurende voldoende tijd moet opschorten om hetzij een gemeenschappelijk onderzoek van de voorgestelde wijzigingen , hetzij de uitwerking van een voorstel voor een richtlijn van de Raad of een richtlijn van de Commissie mogelijk te maken ; dat de termijnen die zijn vastgesteld in het Akkoord van de Vertegenwoordigers van de Regeringen van de Lid-Staten , in het kader van de Raad bijeen , van 28 mei
1969 betreffende de ...[+++]status quo en de kennisgeving aan de Commissie ( 4 ) , gewijzigd bij het Akkoord van 5 maart 1973 ( 5 ) , onvoldoende zijn gebleken in de bedoelde gevallen en dat derhalve in langere termijnen moet worden voorzien ; considérant que, dans les deux hypothèses définies ci-dessus, l'État membre en cause doit, en vertu des obligations générales de l'article 5 du traité, surseoir à la mise en vigueur de la mesure envisagée pendant un délai suffisamment long pour permettre soit l'examen en commun des modifications proposées, soit l'élaboration de la proposition de directive du Conseil ou de la directive de la Commission ; que les délais prévus dans l'accord des représentants des gouvernements des États membres, réunis au sein du Conseil du 28 mai
1969, concernant le statu quo et l'information de la Commission (4), modifié par l'accord du 5 mars 1973 (5),
...[+++]se sont révélés insuffisants dans les cas visés et que des délais plus longs doivent donc être prévus;