Art. 9. In afwijking van artikel 3, § 1, van de wet van 30 juli 1938 betreffende het gebruik der talen bij het leger, wordt het slagen voor het examen over de wezenlijke kennis van de taal van het andere taalstelsel dan dat waartoe de officier BDL behoort, enkel geëist wanneer hij aan de voorwaarden voldoet om benoemd te kunnen worden in de graad, naargelang het geval, van onderluitenant of van luitenant.
Art. 9. En dérogation à l'article 3, § 1, de la loi du 30 juillet 1938 concernant l'usage des langues à l'armée, la réussite de l'examen sur la connaissance effective de la langue de l'autre régime linguistique que celui auquel appartient l'officier BDL n'est exigée que lorsqu'il remplit les conditions pour pouvoir être nommé au grade, selon le cas, de sous-lieutenant ou de lieutenant.