10. stelt vast dat de toetreding van nieuwe lidstaten de behoefte aan investeringen en de verschillen binnen de Unie exponentieel zal doen toenemen; wijst erop dat de Europese Commissie heeft voorgesteld hetzelfde niveau aan begrotingsmiddelen aan te houden voor de nieuwe financiële vooruitzichten en voor de economische en sociale samenhang; beschouwt dit voorstel als minimumniveau, daar bij een lager percentage de door de Verdragen voorgeschreven cohesie niet langer gewaarborgd zou zijn; stelt zich evenwel terughoudend op totdat het definitieve voorstel van de Raad inzake de nieuwe financiële vooruitzichten bekend is;
10. constate que l'intégration des pays adhérents implique un saut exponentiel dans les besoins en matière d'investissements et dans les inégalités au sein de l'Union; constate également que la Commission a proposé de conserver la même enveloppe budgétaire pour les nouvelles perspectives financières et de la cohésion économique et sociale; considère que cette proposition constitue un minimum en-deçà duquel la cohésion requise par les traités ne serait pas garantie; réserve néanmoins sa position en attendant de connaître la proposition définitive du Conseil au sujet des nouvelles perspectives financières;