12. onderstreept dat op de toekomstige voorjaarstoppen tastbare bewijzen moeten worden geleverd van het welslagen van de Europese beleidscoördinatie en dat duidelijk moet worden gemaakt welke kosten er aan niet-coördinatie zijn verbonden; is van oordeel dat nauwere coördinatie van de belastingpolitiek een van de voornaamste voorwaarden is voor een gezonde ontwikkeling van onze economieën en voor een billijke lastenverdeling; dringt er bij het Zweedse voorzitterschap op aan wat dit betreft aan te sturen op verdere vooruitgang, met name voor wat betreft energiebelasting en schadelijke vormen van belastingconcurrentie;
12. souligne que les Conseils de printemps devront présenter des preuves tangibles du succès de la coordination des politiques au niveau européen et déterminer le coût de l'absence de coordination; estime que le renforcement de la coordination des politiques fiscales constitue l'un des principaux enjeux en vue d'assurer une évolution économique positive et une répartition équitable des charges; invite instamment la présidence suédoise à faire pression pour que des progrès soient accomplis en la matière, en particulier en ce qui concerne la taxation de l'énergie et la concurrence fiscale déloyale;