Krachtens deze richtlijn zijn de kredieten van projectgebonden mechanismen voor het vervullen van de Kyoto-verplichtingen (Joint Implementation – JI (gemeenschappelijke uitvoering) en het Clean Development Mechanism - CDM (mechanisme voor schone ontwikkeling)) op dezelfde manier geldig als de emissierechten, met uitzondering van die welke door nucleaire installaties worden gegenereerd en die welke voortvloeien uit landgebruik, veranderingen in landgebruik en bosbouwactiviteiten.
Cette directive reconnaît ainsi la validité des crédits résultant des projets de mise en œuvre conjointe (MOC) et du mécanisme de développement propre (MDP) au même titre que les quotas d’émission, à l’exception de ceux générés par des installations nucléaires et ceux issus de l’utilisation des terres, du changement d’affectation des terres et de la foresterie.