Er worden oude in onbruik geraakte vochtminnende weiden waargenomen, waarvan de vegetatie evolueerde naar ruigten, rietland, zeggegebied, elzenbos of wilgenbos; die zijn hoofdzakelijk van belang voor overwinterende en trekkende watervogels (bruine kiekendief, rietzanger, zomertaling).
On y notera la présence d'anciennes prairies hygrophiles abandonnées dont la végétation a évolué vers la mégaphorbiaie, la roselière, la cariçaie, l'aulnaie ou la saulaie; elles sont intéressantes pour les oiseaux aquatiques hivernants et migrateurs essentiellement (Busard des roseaux, Phragmite des joncs, Sarcelle d'été).