Ten einde het gebrek aan relevantie van het door de Raad van State gemaakt onderscheid nog
maals aan te tonen, moet worden onderstreept dat bepaalde schendingen omschr
even in een verdrag verband houden met een regel van het gewoonterecht die Staten verplicht hun rechtsmacht uit te breiden (oorlogsmisdaden in geval van een internationaal gewapend conflict, met uitzondering van de oorlogsmisdaden bedoeld in het Protocol II bij het Verdrag van 's-Gravenhage van 1954), terwijl andere schendingen omschreven in een verdrag verband houden met
...[+++] een verdragsregel die Staten verplicht hun rechtsmacht uit te breiden (de misdaad van genocide).
Il faut encore noter, pour montrer l'absence de pertinence de la distinction établie par le Conseil d'État, que certaines infractions conventionnelles sont liées à une règle d'extension obligatoire de juridiction d'origine coutumière (les crimes de guerre en cas de conflit armé international, sauf les crimes de guerre visés par le Protocole II à la convention de La Haye de 1954), tandis que d'autres infractions conventionnelles sont liées à une règle conventionnelle d'extension obligatoire de juridiction (le crime de génocide).